Skip to Content
Terug naar het overzicht

In een eerder artikel hadden we het over de mogelijkheden om te werken met een arbeidsbeperking. In dit deel behandelen we regelgeving rondom werk en uitkering. Voor dit artikel is Nico Blok, Ombudsspits van Onbeperkt aan de Slag geïnterviewd. Hij is expert in Nederland op het gebied van sociale wetgeving en weet veel op het gebied van de wet- en regelgeving rondom de inclusieve arbeidsmarkt.  

Nico werkt nu 3,5 jaar bij Onbeperkt aan de Slag, hiervoor heeft hij verschillende banen gehad. In 2008 studeerde hij af in Economie en Recht op de Wajong waarmee zijn loopbaan begon.  

Als Ombudsspits beantwoordt hij vragen van werkgevers over de arbeidsmarkt. Daarnaast gaat hij aan de slag met signalen van werknemers en werkgevers. Via diverse kanalen probeert hij deze aan te kaarten.  

Hij schetst voor ons hoe de wetgeving is geregeld.  

De wetgeving 

Grofweg zijn er twee financiële stromingen: alle wetgeving die valt onder het UWV en alle wetgeving die valt onder de participatiewet.  

De participatiewet is de nieuwe bijstandswet sinds 2015. Iedereen valt hieronder die ongewild zonder werk zit en geen UWV-uitkering heeft. Daarnaast zijn er de uitkeringen die vallen onder het UWV, denk daarbij aan de Wajong en de WIA.  

Eén apart onderdeel van die participatiewet is de banenafspraak. Dit is een afspraak tussen de politiek, de werkgevers en de vakbonden om 125.000 extra banen te creëren voor mensen met een arbeidsbeperking. Hierbij bepaalt het UWV welke mensen voldoen aan deze afspraken. Deze mensen vallen in het doelgroepenregister:  

  1. Mensen die onder de Participatiewet vallen en die niet zelfstandig het wettelijk minimumloon per uur kunnen verdienen. 
  2. (Ex)leerlingen van scholen voor het voortgezet speciaal onderwijs en praktijkonderwijs die zich schriftelijk hebben aangemeld bij het UWV. 
  3. Mensen met een Wsw-indicatie (wet sociale werkvoorziening (vroeger sociale werkplaats)).
  4. Wajongers met arbeidsvermogen.
  5. Mensen met een Wiw-baan of ID-baan (oude Melkertbanen, gesubsidieerde banen van de gemeente).
  6. Mensen met een medische beperking die is ontstaan voor hun 18e verjaardag of tijdens hun studie, die met een voorziening werken en dankzij deze voorziening het wettelijk minimumloon (WML) kunnen verdienen, zonder voorziening kunnen zij dat niet. 

Dan weer terug naar het UWV. Daar vallen volgende wetten onder: de WIA en de WAO (wat de oude wia is), de Wajong, de WW, de ziektewet en de Waz (oude zelfstandigheidsuitkering).  

Elke uitkering werkt weer op een andere manier. In de Wajong kun je blijven tot het minimumloon. Wanneer je meer verdient, dan kun je daar nog 5 jaar blijven (of je nog geld krijgt hangt af van de beoordeling). Daarna wordt gekeken of je ondersteuning nodig hebt (zoals een voorziening), zo ja, dan blijf je in de Wajong. Zo nee, dan ga je uit de Wajong. Dit kan betekenen dat een voorziening moeilijker te verkrijgen is en je moeilijker terug kan vallen op een uitkering.  

Als je geen werkgever hebt en daarna terugvalt door ziekte of ongeval dan kun je toch terugvallen op de Wajong tot aan je AOW (pensioen). Wanneer je wel een werkgever hebt, ga je via de ziektewet naar de WIA. De WIA is meestal ook hoger dan een Wajong, die gebaseerd is op het minimumloon, doordat de WIA 70% van je oude loon (het loon dat je verdiende voordat je in de WIA kwam) uitkeert.   

Als je in de WGA (de niet-levenslange tak van de WIA) zit, dan geldt dat wanneer je één jaar 65% of meer verdient van je oude loon, de uitkering stopt.  

Bij de IVA (volledig en duurzaam arbeidsongeschikt) mag je doorgaans 20% van je oude loon bijverdienen zonder de uitkering te verliezen. Tenzij je dusdanig veel uren gaat werken dat er volgens UWV misschien toch sprake is van herstel. Neem dus voor de zekerheid eerst contact op met UWV om te overleggen! Als je meer verdient dan 20% van je oude loon, volgt na één jaar sowieso een herbeoordeling (volgens de wet). Onder de 35% arbeidsongeschiktheid ben je nog wel arbeidsgehandicapte en maak je nog wel aanspraak op ondersteuning vanuit het UWV. Daarnaast kan je wel in aanmerking komen voor bijstand of ww. Van de gemeente kun je misschien bijzondere bijstand krijgen of vanuit het UWV een aanvullende uitkering tot aan het de bijstandsnorm. 

Wanneer je nooit gewerkt hebt en ook niet in aanmerking komt voor de Wajong, dan val je onder de Participatiewet.  

Bij de WAO werkt het weer heel anders. Je uitkering wordt lager wanneer je gaat werken, maar je houdt de eerste vijf jaar je WAO recht. 

Als je nog meer wil weten over de WOA en de WIA, ga dan naar dit artikel van Nico Blok.  

Aan het werk 

Wanneer je gaat werken, is het idee dat je er financieel op vooruit gaat. Dat is meestal ook zo, maar het kan door het ingewikkelde systeem van toeslagen en kortingen op uitkeringen maar heel weinig zijn. En er zijn ook pechvogels die er per maand zelfs op achteruit gaan!  

Het hangt ook af van de gemeente waar je woont, van sommigen gemeenten mag je (kleine bedragen) extra bijverdienen naast je bijstandsuitkering, zeker met het oog op de nieuwe wetgeving. 

Realiseer je wel dat werk er niet alleen is voor een financieel voordeel: het geeft je ook positieve eigenwaarde, je ontmoet (andere) mensen en een baan groeit mogelijk waardoor je perspectief hebt op een groeiend inkomen. Een uitkering blijft je hele leven gelijk.  

Er bestaan twee rekenhulpen om je financiële situatie na het starten van je werk te berekenen:  

Met de rekenhulpen van UWV kun je een inschatting van je inkomen maken: https://www.uwv.nl/particulieren/rekenhulpen/index.aspx . Belangrijk! Hier wordt geen rekening gehouden met toeslagen.  

Bij deze rekenhulp van Nibud wel: https://uitkeringnaarwerk.nibud.nl/introductie (deze is echter ingewikkelder en kost meer tijd om in te vullen).  

Over de financiën is nog veel meer geschreven. Hiervoor verwijs ik je naar de volgende artikelen:  


0 mensen hebben gereageerd

Alles over rollen

Zoeken

Rolltalk

Stel hier je vraag aan de leden van de community of vertel jouw persoonlijke verhaal.

Back to top